De Atacamawoestijn

De Atacama Zoutmeer met witte korsten en blauw water voor een kegelvormige vulkaan en roodbruine bergenligt in het noorden van Chili, tussen de Grote Oceaan en de Andes. Het is de droogste woestijn ter wereld buiten de poolgebieden: er valt gemiddeld zo’n 15 millimeter regen per jaar, en op sommige plekken nog veel minder. Toch is het landschap verrassend afwisselend, met zoutvlakten, lagunes met flamingo’s, rode rotsen, geisers en vulkanen van ruim 5.000 meter hoog. Het dorp San Pedro de Atacama, op ongeveer 2.400 meter hoogte, is de uitvalsbasis voor bijna alle tochten. Vanaf het vliegveld van Calama, waar vluchten uit Santiago landen, rijd je er in ongeveer anderhalf uur naartoe.

Valle de la Luna en de zoutvlakte

Op dertien kilometer van San Pedro ligt de Valle de la Luna, een maanlandschap van zoutkorsten, duinen en grillig uitgesleten rotsen. Het gebied wordt beheerd door inheemse gemeenschappen samen met de Chileense natuurdienst, en kaartjes koop je vooraf online. Het mooist is het bij zonsondergang, als de bergen in de verte rood en paars kleuren. Ten zuiden van het dorp strekt zich de Salar de Atacama uit, met ongeveer 3.000 vierkante kilometer de grootste zoutvlakte van Chili. In de Laguna Chaxa, onderdeel van het nationaal reservaat Los Flamencos, broeden drie soorten flamingo’s. Zwemmen in het zoute water, waarin je blijft drijven, kan in de Laguna Piedra; in de naastgelegen Laguna Cejar mag dat niet meer.

Geisers en hooggelegen lagunes

De geisers van El Tatio liggen op ruim 4.300 meter hoogte, op 80 kilometer van San Pedro. Je vertrekt er rond vier of vijf uur ’s ochtends naartoe, omdat de stoompluimen kort na zonsopkomst het hoogst zijn, als de lucht nog ijskoud is. Een andere dagtocht gaat naar de lagunes Miscanti en Miñiques, op ruim 4.000 meter onder vulkanen, en naar Piedras Rojas, waar rode rotsen langs een turquoise meer liggen. Omdat je zo snel hoog komt, kan hoogteziekte optreden. Plan de hoogste tochten daarom pas na een paar dagen in San Pedro, drink veel water en doe het rustig aan.

Sterren kijken

Door de droge, heldere lucht, de hoogte en het gebrek aan licht in de omgeving is de Atacama een van de beste plekken ter wereld om naar de sterren te kijken. Rond San Pedro organiseren verschillende bedrijven ’s avonds sterrentours met telescopen. Op de hoogvlakte van Chajnantor staat ALMA, een radiotelescoop van 66 schotels op 5.000 meter hoogte; het publieke bezoekprogramma is op dit moment opgeschort. Overdag kan het warm worden, maar ’s nachts daalt de temperatuur in San Pedro vaak tot rond het vriespunt, en bij de geisers tot ver daaronder.

Bali: rijstterrassen en tempels

Bali is Rijstterrassen vol water op een heuvelhelling tussen kokospalmeneen eiland van Indonesië, tussen Java en Lombok, met vulkanen, rijstvelden, stranden en duizenden tempels. Anders dan de rest van het land is het overgrote deel van de bevolking hindoe. Elk dorp heeft meerdere tempels, en op straat zie je overal kleine offerschaaltjes van palmblad met bloemen en rijst. Het landschap wordt bepaald door de vulkanen in het noorden en het oosten, met de Gunung Agung van 3.031 meter als hoogste en heiligste berg. Op de vruchtbare hellingen daaronder liggen de rijstterrassen die al eeuwen met hetzelfde irrigatiesysteem worden bevloeid.

De rijstterrassen en het subaksysteem

Het water voor de rijstvelden wordt verdeeld via subak, een stelsel van kanalen, stuwen en tunnels dat sinds de negende eeuw wordt beheerd door coöperaties van boeren rond watertempels. Een deel van dat landschap staat sinds 2012 op de werelderfgoedlijst van de Unesco, waaronder de terrassen van Jatiluwih op de hellingen van de Batukaru en de tempel Pura Taman Ayun. Jatiluwih is het grootste terrassengebied van het eiland, met wandelpaden door de velden; buitenlanders betalen 100.000 roepia entree. Dichter bij Ubud ligt Tegallalang, kleiner en drukker, maar makkelijk te combineren met een bezoek aan de stad. De velden zijn het mooist in de groeiperiode, als ze groen zijn of net onder water staan.

Tempels

Pura Besakih, op ongeveer 1.000 meter hoogte op de flank van de Agung, is de moedertempel van Bali, een complex van 23 tempels. Pura Ulun Danu Bratan staat aan de oever van het Bratanmeer bij Bedugul, op ruim 1.200 meter hoogte, en lijkt bij hoog water op het meer te drijven. Tanah Lot ligt op een rots in de branding aan de westkust. Pura Luhur Uluwatu staat op een klif in het zuiden, waar je bij zonsondergang naar de kecakdans kunt kijken. Wees daar alert op de makaken, die zonnebrillen en telefoons pakken. In alle tempels draag je een sarong over de knieën en bedek je de schouders; bij de ingang kun je een sarong huren.

Praktisch

Nederlanders kopen bij aankomst of vooraf online een visum voor 30 dagen, dat eenmaal met 30 dagen kan worden verlengd. Daarnaast betaalt elke buitenlandse bezoeker sinds februari 2024 een toeristenheffing van 150.000 roepia, het makkelijkst vooraf via de website of de app Love Bali. De droge tijd loopt van ongeveer april tot en met oktober. Houd rekening met Nyepi, het hindoeïstische nieuwjaar in maart, dat in 2027 op 8 maart valt: dan staat het hele eiland 24 uur stil, ligt het vliegveld dicht en mag niemand de straat op.

Auschwitz-Birkenau bezoeken

Auschwitz-Birkenau Prikkeldraadhek met betonnen palen en een bord met doodshoofd en de tekst Halt Stoj, met een wachttoren op de achtergrondligt bij de stad Oświęcim in het zuiden van Polen, op ongeveer 70 kilometer van Krakau. Nazi-Duitsland richtte hier in 1940 een concentratiekamp op, dat uitgroeide tot het grootste vernietigingskamp van de Holocaust. Er werden minstens 1,1 miljoen mensen vermoord, onder wie bijna een miljoen Joden, en daarnaast Polen, Roma, Sovjetkrijgsgevangenen en anderen. Op 27 januari 1945 werd het kamp bevrijd door het Rode Leger; die dag is nu de internationale herdenkingsdag van de Holocaust. Sinds 1947 is het terrein een museum en gedenkplaats, en in 1979 kwam het op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Twee kampen

Het bezoek bestaat uit twee delen. In Auschwitz I, het oorspronkelijke kamp in voormalige kazernes, loop je onder de poort met de tekst Arbeit macht frei door. In de bakstenen blokken staan tentoonstellingen over de deportaties en het leven in het kamp, met onder meer bergen schoenen, koffers en haar van de slachtoffers, en de cellen en de executiemuur bij blok 11. Ongeveer drie kilometer verderop ligt Auschwitz II-Birkenau, het veel grotere vernietigingskamp. Daar zie je de spoorlijn en het perron waar de treinen aankwamen, de houten en stenen barakken en de ruïnes van de gaskamers en crematoria die de SS bij de aftocht opblies. Tussen beide kampen rijdt voor deelnemers aan een rondleiding een pendelbus.

Reserveren en rondleidingen

De toegang is gratis, maar je hebt een persoonlijke toegangskaart op naam nodig, die je alleen online reserveert via de website van het museum, minimaal zeven en maximaal negentig dagen vooruit. Sinds juli 2026 is de toegang het grootste deel van de dag alleen mogelijk met een rondleiding van een gids van het museum; zelfstandig naar binnen kan alleen in het laatste deel van de middag. Een rondleiding in een andere taal dan het Pools kost 150 złoty, duurt ongeveer drieënhalf uur en begint in Auschwitz I. Tassen mogen niet groter zijn dan 35 bij 25 bij 15 centimeter. Het museum raadt een bezoek aan vanaf 14 jaar.

Vanuit Krakau

De meeste bezoekers komen vanuit Krakau. Er rijden bussen rechtstreeks naar de parkeerplaats bij het museum, en de trein brengt je naar het station van Oświęcim, op ongeveer anderhalve kilometer van de ingang. Daarnaast bieden veel bedrijven in Krakau dagtochten aan, inclusief vervoer en rondleiding. Trek voor het hele bezoek een volle dag uit, want na afloop wil je vaak niet meteen verder. Hoe je het bezoek vanuit Krakau het best regelt, lees je op Krakau voor beginners.

Het noorderlicht zien in Noorwegen

Het noorden Groen noorderlicht boven besneeuwde bergen en een fjord met de lichtjes van een dorpvan Noorwegen ligt precies onder de noorderlichtzone, de ring rond de magnetische noordpool waar het poollicht het vaakst te zien is. Daardoor is Noorwegen een van de beste landen ter wereld om het noorderlicht te zien. Het licht ontstaat als geladen deeltjes van de zon, de zonnewind, door het magnetisch veld van de aarde naar de polen worden geleid en daar op 100 tot 300 kilometer hoogte botsen met gassen in de atmosfeer. Zuurstof geeft groen en soms rood licht, stikstof blauwe en paarse randen. Hoe sterk het noorderlicht is, hangt af van de activiteit van de zon. Die bereikte in oktober 2024 een piek in de elfjarige zonnecyclus en is nu langzaam aan het afnemen, maar ook in de jaren na een maximum komen nog geregeld zware zonnestormen voor.

Wanneer en hoe laat

Het noorderlicht is er het hele jaar, maar je ziet het alleen als het donker is. Van eind mei tot eind juli gaat de zon boven de poolcirkel niet onder, en ook in de weken daaromheen wordt het niet donker genoeg. Het seizoen loopt daarom van ongeveer half september tot eind maart. De beste uren liggen tussen zes uur ’s avonds en een uur ’s nachts, met de grootste kans rond elf uur. Een heldere lucht is belangrijker dan een sterke zonnestorm, dus volg de weersverwachting en wees bereid een eind te rijden naar een plek zonder bewolking en zonder stadslicht.

De beste plekken

Tromsø is de bekendste uitvalsbasis, met veel tours die ’s avonds achter de opklaringen aan rijden. Van eind november tot half januari heerst er de poolnacht en komt de zon niet boven de horizon, terwijl het in januari gemiddeld rond 3 graden vriest. De Lofoten en Senja hebben spectaculaire bergen en stranden als voorgrond. Alta, in het binnenland van Finnmark, heeft een droger klimaat en vaker een heldere lucht, en is bekend om de Noorderlichtkathedraal met zijn titanium gevel. Verder naar het noordoosten liggen de Noordkaap en Kirkenes, vlak bij de Russische grens. Ook vanaf het schip kun je het licht goed zien: Hurtigruten en Havila varen het hele jaar de kustroute van Bergen naar Kirkenes en bieden in de winter een noorderlichtgarantie op de volledige rondreis.

Kleding en foto’s

Een avond buiten wachten in de winter is koud, vooral bij wind of in het binnenland, waar het flink kan vriezen. Kleed je in lagen, met thermisch ondergoed, een warme jas, een muts en dikke handschoenen. Met een moderne smartphone in de nachtstand kun je het licht vaak al goed vastleggen, terwijl je met een camera op een statief en een belichtingstijd van een paar seconden de beste resultaten krijgt. In de afgelopen winters waren er rechtstreekse vluchten van Schiphol naar Tromsø; anders reis je via Oslo.

Petra bezoeken

Petra ligt Monumentale gevel met zuilen en een ronde bovenbouw, uitgehouwen in een okerkleurige rotswandin het zuiden van Jordanië, tussen de Dode Zee en de Rode Zee, naast het stadje Wadi Musa. Het was de hoofdstad van de Nabateeërs, een Arabisch handelsvolk dat rijk werd aan de karavaanroutes voor wierook, specerijen en zijde. Ze hakten hun tempels en graven uit de rode zandsteen en legden een ingenieus systeem van kanalen en reservoirs aan, waardoor er in deze droge vallei tienduizenden mensen konden wonen. In 106 na Christus werd Petra ingelijfd door het Romeinse Rijk, en na een zware aardbeving en het verleggen van de handelsroutes raakte de stad in verval. Sinds 1985 staat Petra op de werelderfgoedlijst van de Unesco, en in 2007 werd het gekozen tot een van de nieuwe zeven wereldwonderen.

Van de Siq naar het Klooster

Vanaf het bezoekerscentrum loop je eerst ongeveer 800 meter over een open pad en daarna door de Siq, een kloof van 1,2 kilometer met wanden die op sommige plekken bijna samenkomen. Aan het eind verschijnt de Schatkamer, Al-Khazneh, de bekende gevel van bijna 40 meter hoog. Daarachter wordt het dal breder, met de Straat van de Gevels, een Romeins theater, de Koningsgraven in de rotswand en de colonnadestraat in het oude centrum. Het verste hoogtepunt is het Klooster, Ad-Deir, met een gevel van 45 meter hoog en 50 meter breed. Je bereikt het via zo’n 800 traptreden, een klim van ongeveer een uur. Wie alles wil zien, loopt op een dag al snel 15 tot 20 kilometer.

Kaartjes en de Jordan Pass

Voor buitenlanders die in Jordanië overnachten kost een dagkaart 50 Jordaanse dinar, twee dagen 55 en drie aaneengesloten dagen 60 dinar. Je betaalt contant en toont je paspoort. Dagjesmensen die niet in het land overnachten, bijvoorbeeld vanuit Eilat, betalen 90 dinar. Voordeliger is de Jordan Pass, die je vooraf online koopt: voor 70 tot 80 dinar krijg je toegang tot Petra voor een, twee of drie dagen en tot ruim veertig andere bezienswaardigheden. Wie de pass voor aankomst koopt en minimaal twee nachten in het land blijft, hoeft bovendien het visum van 40 dinar niet te betalen. Een paar avonden per week is er Petra by Night, waarbij de Siq en de Schatkamer met kaarsen worden verlicht; daarvoor koop je een apart kaartje.

Erheen

Vanuit Amman rijd je in ongeveer drie uur over de Desert Highway naar Wadi Musa, of in vier uur en meer over de bochtige King’s Highway, langs de kruisvaardersburcht van Kerak en de canyon van Wadi Mujib. Vanuit Aqaba is het ongeveer twee uur. Ga vroeg op pad, want dan is het in de Siq nog rustig en koel. In het voorjaar en het najaar is het weer het aangenaamst.

Machu Picchu bezoeken

Machu Picchu Lama's op een stenen pad tussen de muren van een Incastad, met groene terrassen en bergen in de wolkenligt op ongeveer 2.430 meter hoogte op een bergrug boven de rivier de Urubamba, in de Andes van Peru. De Inca’s bouwden de stad halverwege de vijftiende eeuw, vermoedelijk als landgoed van keizer Pachacútec. Toen de Spanjaarden Peru veroverden, werd de plek verlaten, maar de Spanjaarden vonden hem nooit. De boeren in de omgeving wisten er wel van, en in 1911 bracht een van hen de Amerikaanse onderzoeker Hiram Bingham erheen, die de ruïnes wereldberoemd maakte. Sinds 1983 staat Machu Picchu op de werelderfgoedlijst van de Unesco, als cultureel en natuurlijk erfgoed, en in 2007 werd het gekozen tot een van de nieuwe zeven wereldwonderen.

Kaartjes en circuits

Je mag Machu Picchu niet meer vrij doorlopen. Sinds 2024 kies je bij het kopen van je kaartje een van drie circuits, met in totaal tien vaste routes: een panoramaroute langs de bovenste terrassen, de klassieke route door het centrum en een route langs de koninklijke gebouwen. Elk kaartje hoort bij een tijdvak, tussen zes uur ’s ochtends en vier uur ’s middags. Per dag mogen er 4.500 tot 5.600 bezoekers naar binnen, afhankelijk van het seizoen. Buitenlandse volwassenen betalen sinds mei 2026 163 soles. Wie ook de Huayna Picchu of de Machu Picchu-berg wil beklimmen, kiest een duurdere route waarbij die klim hoort. Kaartjes koop je via de officiële website van het Peruaanse ministerie van Cultuur; voor juni tot en met oktober zijn ze vaak weken van tevoren uitverkocht.

Met de trein of over het Incapad

De meeste bezoekers reizen met de trein van PeruRail of Inca Rail naar Aguas Calientes, het dorp aan de voet van de berg. Vanuit Ollantaytambo duurt de rit ongeveer anderhalf uur, vanuit Cusco ruim drie tot ruim vier uur. Vanaf het dorp brengt een pendelbus je in zo’n twintig minuten over een slingerweg naar de ingang. Je kunt ook in ruim een uur de trappen omhoog lopen. Wie meer tijd heeft, loopt het klassieke Incapad van ongeveer 43 kilometer in vier dagen, met de laatste ochtend de aankomst bij de Zonnepoort. Daarvoor heb je een vergunning en een erkende touroperator nodig. Er zijn 500 vergunningen per dag, inclusief gidsen en dragers, en in februari is het pad dicht voor onderhoud.

Hoogte en weer

Cusco ligt op ongeveer 3.400 meter, flink hoger dan Machu Picchu zelf. Veel reizigers wennen daarom eerst een paar dagen aan de hoogte in de lagere Heilige Vallei van de Inca’s, rond Pisac en Ollantaytambo. Van mei tot en met september is het droog seizoen, met heldere ochtenden en de grootste drukte, terwijl van december tot en met maart veel regen valt. Op de terrassen grazen lama’s, die het gras kort houden.

Het Titicacameer en de Uros-eilanden

Het Titicacameer Vrouwen in felgekleurde rokken en strohoeden op een eiland van riet, met rieten hutten en een rieten bootligt op 3.812 meter hoogte op de hoogvlakte van de Andes, op de grens van Peru en Bolivia. Met een oppervlakte van ruim 8.300 vierkante kilometer is het het grootste zoetwatermeer van Zuid-Amerika en een van de hoogst gelegen bevaarbare meren ter wereld. Voor de Inca’s was het een heilige plek: volgens hun overlevering kwamen de zon en de eerste Inca hier uit het water. Aan de Peruaanse oever ligt de stad Puno, het vertrekpunt voor boottochten naar de eilanden.

De drijvende eilanden van de Uros

Op zo’n vijf kilometer van de haven van Puno liggen de Uros-eilanden, enkele tientallen kunstmatige eilanden van gestapeld totorariet. De bewoners leggen er elke paar maanden een nieuwe laag riet op, omdat de onderste lagen in het water wegrotten; een eiland gaat zo ongeveer dertig jaar mee. Ook hun huizen en de bekende boten met een drakenkop maken ze van hetzelfde riet. De eilanden die de rondvaartboten aandoen, zijn sterk op toerisme ingericht: je krijgt uitleg over de bouw, kunt een tochtje maken in een rieten boot en handwerk kopen. Het bezoek duurt meestal een paar uur.

Taquile en Amantaní

Verder het meer op liggen de bewoonde eilanden Taquile en Amantaní, waar geen auto’s rijden. Op Taquile, 45 kilometer van Puno, is de textielkunst beroemd: mannen en vrouwen breien en weven er mutsen, gordels en kleding volgens eeuwenoude patronen, die als immaterieel erfgoed op de lijst van de Unesco staan. Op Amantaní overnacht je bij een gastgezin, met eenvoudige maaltijden en vaak een avond met muziek en dans. Vanaf de twee toppen van het eiland, Pachatata en Pachamama, kijk je bij zonsondergang over het meer. Veel touroperators in Puno bieden een tocht van twee dagen aan langs de Uros, Amantaní en Taquile.

De Boliviaanse kant en praktisch

Aan de Boliviaanse kant ligt het stadje Copacabana, vanwaar boten in ongeveer anderhalf uur naar het Isla del Sol varen, met Inca-ruïnes, terrassen en wandelpaden. Van Puno naar Copacabana rijd je in ruim drie uur via de grensovergang bij Kasani. Puno zelf heeft geen vliegveld: je landt in Juliaca, ruim 40 kilometer verderop, of je neemt vanuit Cusco de bus, die zes tot acht uur onderweg is. Omdat het meer zo hoog ligt, is het overdag zonnig maar ’s nachts koud, en het is verstandig eerst een paar dagen aan de hoogte te wennen. In februari is Puno het toneel van de Fiesta de la Candelaria, met duizenden dansers in kleurrijke kostuums.

Paaseiland bezoeken

Paaseiland Rij van zeven grote stenen beelden op een stenen platform in het gras onder een blauwe luchtligt midden in de Grote Oceaan, zo’n 3.700 kilometer voor de kust van Chili, waar het sinds 1888 bij hoort. De bewoners noemen het eiland Rapa Nui. Het is bekend om de moai, de grote stenen beelden die de Polynesische bewoners tussen ongeveer de dertiende en de zestiende eeuw uit vulkanisch tufsteen hakten. Er zijn er bijna 900, van 2 tot ruim 20 meter hoog, en de meeste stonden op stenen platforms, de ahu, met hun rug naar de zee. Ze stelden voorouders voor die over het dorp waakten. Het grootste deel van het eiland is nationaal park, sinds 1995 werelderfgoed van de Unesco en sinds 2017 beheerd door de inheemse gemeenschap Ma’u Henua.

De bekendste plekken

Bij Ahu Tongariki, aan de oostkust, staan vijftien moai naast elkaar op het grootste platform van het eiland. Een tsunami spoelde ze in 1960 landinwaarts; in de jaren negentig zijn ze met Japanse steun weer rechtop gezet. Vlakbij ligt Rano Raraku, de kraterwand waar vrijwel alle moai zijn gehouwen. Op de helling staan nog honderden beelden, half in de grond, en sommige liggen onafgemaakt in de rots. Ahu Akivi, in het binnenland, is het enige platform met beelden die naar de zee kijken. Aan de zuidwestpunt ligt Orongo, het ceremoniële dorp boven de krater Rano Kau, waar de vogelmancultus werd gevierd. Het witte zandstrand van Anakena, met de moai van Ahu Nau Nau, is volgens de overlevering de plek waar de eerste koning Hotu Matu’a aan land kwam.

Toegang en gidsen

Voor het nationaal park koop je een persoonlijk kaartje, dat sinds oktober 2025 voor buitenlandse volwassenen 100 Amerikaanse dollar kost en tien dagen geldig is. Rano Raraku en Orongo mag je er elk één keer mee bezoeken, de andere plekken zo vaak je wilt. De parkgebieden zijn alleen toegankelijk met een erkende lokale gids, behalve onder meer het strand van Anakena en Tahai bij het dorp Hanga Roa. Wie naar het eiland reist, vult vooraf online een verplicht toegangsformulier in en moet een retourvlucht en een geregistreerde accommodatie kunnen laten zien. Je mag er maximaal 30 dagen blijven.

Erheen en het Tapati-festival

LATAM vliegt minstens één keer per dag vanuit Santiago naar Hanga Roa; de vlucht duurt ruim vijf en een half uur. Reken op minimaal drie of vier volle dagen om de belangrijkste plekken rustig te zien. In de eerste helft van februari wordt het Tapati Rapa Nui gevierd, een festival van twee weken met zang, dans, kanoraces en de wedstrijd waarbij jonge mannen op bananenstammen van de helling van een vulkaan glijden. Hoe een dag op het eiland eruitziet, lees je in het in12uur-artikel Mystiek Paaseiland.

De kloosters van Meteora

Meteora ligt Klooster met rode daken boven op een steile rotspilaar, met een vlakte en een stadje in de dieptein Thessalië, in het midden van Griekenland, tussen het stadje Kalambaka en het dorp Kastraki. Uit de vlakte rijzen zandstenen pilaren op, sommige meer dan 400 meter hoog, en op een aantal ervan staan kloosters. Al vanaf de elfde eeuw woonden er kluizenaars in de grotten. In de veertiende eeuw stichtte de monnik Athanasios Meteoritis op de hoogste rots het Groot Meteoron, en in de eeuwen daarna verrezen er in totaal 24 kloosters. Lange tijd waren ze alleen bereikbaar met ladders of met een net dat aan een touw omhoog werd getakeld. Sinds 1988 staat Meteora op de werelderfgoedlijst van de Unesco, zowel om de natuur als om de cultuur.

Zes kloosters die je kunt bezoeken

Van de 24 kloosters zijn er zes nog in gebruik en open voor bezoekers. Het Groot Meteoron is het oudste en grootste, met een museum, een oude keuken en een kerk vol fresco’s. Varlaam ligt er vlak tegenover op een rots van 373 meter en heeft nog de oude lier waarmee voorraden omhoog werden gehaald. Roussanou staat op een smalle rots midden in het dal en is via een brug bereikbaar. Agia Triada, bekend uit de James Bondfilm For Your Eyes Only, bereik je via een lange trap in de rots. Agios Stefanos is sinds 1961 een nonnenklooster en het makkelijkst te bereiken, omdat je er vanaf de weg over een korte brug binnenloopt. Het kleine Agios Nikolaos Anapafsas ligt het dichtst bij Kastraki.

Openingstijden en kleding

Elk klooster heeft een eigen sluitingsdag. In de zomer is het Groot Meteoron dicht op dinsdag, Varlaam en Agios Nikolaos op vrijdag, Roussanou op woensdag, Agia Triada op donderdag en Agios Stefanos op maandag. Van november tot en met maart zijn sommige kloosters meerdere dagen per week gesloten en sluiten ze eerder. Wie op één dag alle zes wil zien, kan dus het best een zomerse zaterdag of zondag kiezen. De entree is 5 euro per klooster en wordt meestal contant betaald. Vrouwen dragen een rok tot onder de knie en bedekte schouders, mannen een lange broek, en niemand mag met blote schouders naar binnen. Bij de ingang liggen omslagrokken klaar.

Erheen en rondkijken

Sinds de overstromingen van september 2023 rijden er geen treinen meer tot Kalambaka. Vanuit Athene reis je met de InterCity naar Palaiofarsalos en daar stap je over op een bus van Hellenic Train, die samen ongeveer vijf en een half uur onderweg zijn. Daarnaast rijden er rechtstreekse KTEL-bussen. Tussen de kloosters loopt een asfaltweg met parkeerplaatsen en uitkijkpunten, en vanuit Kastraki lopen oude voetpaden door het bos omhoog. Het licht is het mooist bij zonsondergang, wanneer de rotsen rood kleuren. In Kalambaka en Kastraki zijn veel kleine hotels en pensions.

De Victoriawatervallen bezoeken

De Victoriawatervallen Brede waterval die in een diepe kloof stort, met groen struikgewas op de voorgrondliggen in de Zambezi, op de grens van Zimbabwe en Zambia. Over een breedte van 1.708 meter stort de rivier tot 108 meter diep in een smalle kloof, wat de waterval tot de grootste aaneengesloten wand van vallend water ter wereld maakt. De Lozi noemen hem Mosi-oa-Tunya, de rook die dondert: in het natte seizoen stijgt de nevel honderden meters op en is hij van tientallen kilometers ver te zien. De Schotse ontdekkingsreiziger David Livingstone was op 16 november 1855 de eerste Europeaan die de waterval zag, en hij noemde hem naar koningin Victoria. Sinds 1989 staat de waterval op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Zimbabwe of Zambia

De meeste bezoekers bekijken de waterval vanaf de kant van Zimbabwe, vanuit het stadje Victoria Falls. Een wandelpad door het regenwoud tegenover de kloof voert langs een reeks uitkijkpunten, met zicht op de Devil’s Cataract, de Main Falls en de Rainbow Falls. De entree voor buitenlandse bezoekers is sinds februari 2026 58 Amerikaanse dollar. Aan de kant van Zambia, bij Livingstone, sta je dichter bij de Eastern Cataract en loop je over een smalle brug door de nevel. Daar ligt ook Livingstone Island, met Devil’s Pool, een natuurlijk bad aan de rand van de val dat meestal van half augustus tot eind december met een gids te bezoeken is. Tussen beide landen loopt de Victoria Falls Bridge uit 1905, waar je ook een bungeesprong van 111 meter kunt maken.

Hoogwater en laagwater

Hoeveel water er over de rand stroomt, verschilt sterk per seizoen. Van februari tot en met mei, met de piek in april, is de waterval op zijn breedst en de nevel zo dicht dat je soms weinig ziet en drijfnat wordt. Van september tot en met december staat aan de Zambiaanse kant een groot deel van de rotswand droog, terwijl de Main Falls in Zimbabwe het hele jaar water hebben. Juni, juli en augustus zijn een goede middenweg, met nog veel water, minder nevel en aangename temperaturen.

Visum en verder reizen

Het vliegveld van Victoria Falls ligt ongeveer 22 kilometer van het stadje. Wie Zimbabwe en Zambia allebei wil zien, kan voor toeristen uit een veertigtal landen het KAZA-univisum kopen: voor 50 Amerikaanse dollar mag je 30 dagen tussen beide landen heen en weer reizen en dagtochten naar Botswana maken. Het visum is te koop bij aankomst op de vliegvelden van Victoria Falls, Livingstone, Lusaka en Harare en bij de grensposten, maar niet online, en het is niet altijd voorradig. Controleer dus voor vertrek wat voor jouw nationaliteit geldt. Het Chobe Nationaal Park in Botswana ligt op ongeveer 80 kilometer, zodat je de waterval goed kunt combineren met een safari vanuit Kasane.