Het Brokopondomeer
Wie vanaf de kust langs de
Surinamerivier het binnenland in trekt, stuit op het Brokopondostuwmeer. Dit enorme meer ligt in het gelijknamige district en is ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Midden in het tropisch regenwoud geeft het meer een wat lugubere aanblik, want boven het water steken nog steeds de toppen van dode bomen uit. Het Brokopondomeer, ook wel Professor Dr. Ir. W.J. van Blommesteinmeer genoemd, ontstond door de bouw van de Afobakadam in de Surinamerivier, die in 1964 klaar was. Het meer moest stroom leveren voor de winning en verwerking van bauxiet. Het Amerikaanse bedrijf Alcoa had hiervoor een contract gesloten met de Surinaamse regering. Dat er in het gebied zo’n vijfduizend marrons woonden, was voor de plannenmakers van ondergeschikt belang. Suriname moest mee in de industriële vooruitgang. Toen het meer volliep, moesten de bewoners van ongeveer dertig dorpen verhuizen naar zogenaamde transmigratiedorpen, hoger gelegen langs de weg naar Paramaribo. Terwijl zij hun intrek namen in kleine huizen met golfplaten daken, verdween hun land langzaam onder water. Zo kwamen deze vaak geïsoleerde gemeenschappen ineens hardhandig in aanraking met de moderne samenleving. Niet alleen de mensen moesten verhuizen. Bij de reddingsoperatie Gwamba werden duizenden dieren gevangen en elders weer vrijgelaten. Omdat het bos niet eerst werd gekapt, staan er op de bodem van het meer nog steeds bomen. Sommige steken met hun toppen boven het water uit en geven het meer een bijzonder aanzien.