De Congo-Vrijstaat

Een van de bijzonderste en wreedste verhalen uit de KongoBelgische geschiedenis is dat van de Congo-Vrijstaat. Deze latere Belgische kolonie begon als persoonlijk bezit van koning Leopold II. In de tweede helft van de negentiende eeuw was Europa op jacht naar nieuwe grondstoffen. De industriële revolutie zorgde voor een enorme vraag naar onder meer rubber, ivoor en metalen. Samen met het sterke nationalisme in veel landen leidde dat tot een wedloop om koloniën in Afrika. Er werd al eeuwenlang handel gedreven met Afrika, maar vooral langs de kust. Het binnenland was voor Europeanen nog grotendeels onbekend. Dat veranderde in de negentiende eeuw. Op zoek naar avontuur, roem, rijkdom en grondstoffen trokken ontdekkingsreizigers het continent in om het in kaart te brengen en voor hun vaderland te claimen. Vaak was onduidelijk welk land welk gebied claimde, en de Europese landen zaten elkaar geregeld in de haren.

Koning Leopold II was bang dat België de strijd om koloniën zou mislopen. Hij lobbyde al lange tijd voor een eigen kolonie in Afrika en schakelde daarbij de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley in. Op de Conferentie van Berlijn in 1884 en 1885 verdeelden de Europese mogendheden Afrika onderling, en daar werd erkend dat het enorme gebied rond de rivier de Congo aan Leopold toekwam. De Congo-Vrijstaat werd zijn persoonlijke bezit en was dus geen Belgisch grondgebied. Het Belgische parlement zag niets in een kolonie, maar vond het prima dat de koning het gebied als privébezit ging besturen.

De orde in de Congo-Vrijstaat werd gehandhaafd door de Force Publique, een leger van Europese officieren en Afrikaanse soldaten. Leopold had het gebied gekregen op voorwaarde dat alle landen er vrij handel mochten drijven. In de praktijk konden alleen bedrijven waarin Leopold een groot belang had er zakendoen. In het begin werd vooral veel geld verdiend met ivoor, waardoor de olifantenpopulatie sterk afnam. Toen er aan het einde van de negentiende eeuw door de uitvinding van de luchtband een grote vraag naar rubber ontstond, werd Congo pas echt winstgevend. In Congo groeide veel wilde rubber, en Leopold verdiende er een fortuin aan. Om de productie hoog te houden, kregen dorpen quota opgelegd. Om die te halen werd geen middel geschuwd. Moord, verkrachting, mishandeling en gijzeling waren aan de orde van de dag. Rubbertappers die te weinig inleverden, werden gegeseld met de chicotte, een zweep van nijlpaardenhuid. Vrouwen en kinderen werden gegijzeld totdat de mannen genoeg rubber hadden verzameld.

Soldaten moesten voor elke verschoten kogel een afgehakte hand inleveren, als bewijs dat ze de kogel niet hadden verspild. Zo werden er ook handen afgehakt van levende mensen, onder wie kinderen. De afgehakte handen werden het symbool van het gruwelijke regime.

Naast het geweld rond de rubberproductie stierven er ook veel Congolezen door dwangarbeid, onder meer bij de aanleg van een spoorlijn, door honger en door ziekten. Hoeveel mensen er tussen 1885 en 1908 zijn omgekomen, is niet precies bekend. De schattingen lopen sterk uiteen, maar het gaat om miljoenen mensen, en sommige historici spreken van tien miljoen.

De misstanden bleven niet onopgemerkt. De Britse journalist Edmund Dene Morel voerde jarenlang campagne tegen het regime, en de Britse consul Roger Casement schreef er in 1904 een vernietigend rapport over. Bekende schrijvers als Mark Twain en Arthur Conan Doyle schreven er felle pamfletten over, en Joseph Conrad verwerkte zijn ervaringen in de roman Heart of Darkness. Foto’s van zendelinge Alice Seeley Harris lieten de wereld de verminkte slachtoffers zien. Onder internationale druk nam België het gebied in 1908 over als kolonie, Belgisch-Congo. Leopold kreeg daarvoor nog een flinke vergoeding. Opvallend detail is dat Leopold II, ondanks alle ellende die hij veroorzaakte en alle rijkdom die hij er verdiende, zelf nooit een voet in Congo heeft gezet.

Antwerpen Zoo

De Antwerpse Zoo

De Antwerpse Zoo is een van de antwerpenzoomooiste stadsdierentuinen van Europa. De dierentuin werd al in 1843 opgericht, naast het latere Centraal Station, en is daarmee een van de oudste dierentuinen ter wereld. In het begin was de dierentuin vooral bedoeld voor de gegoede burgerij, die er wandelde en elkaar ontmoette. Voor gewone arbeiders was de entree te duur. De dierentuin had inkomsten uit de bezoekers, maar ook uit het fokken en verkopen van dieren, wat toen heel gewoon was. Langzaam werden de dierentuin en de collectie uitgebreid, en kreeg ook de gewone man toegang: op een aantal dagen per jaar was de entree goedkoper, zodat ook arbeiders en hun kinderen de dierentuin konden bezoeken. Veel dieren werden geschonken, onder meer uit Congo, dat toen een Belgische kolonie was.

In de twee wereldoorlogen had de dierentuin het zwaar. In het begin van de Eerste Wereldoorlog werden uit voorzorg gevaarlijke dieren, zoals gifslangen en grote roofdieren, gedood, omdat men bang was dat ze bij een beschieting zouden ontsnappen. Door voedseltekort stierven er daarna nog meer dieren. Na de oorlog werd de collectie met hulp van andere dierentuinen weer aangevuld. Ook in de Tweede Wereldoorlog liep de dierentuin zware schade op. Toch slaagde de directie erin om de dierentuin daarna weer op te bouwen.

De lange geschiedenis is nog goed te zien aan de gebouwen in de dierentuin. Er staan prachtige historische gebouwen, zoals de Egyptische tempel en de grote feestzaal, die de sfeer van vroeger uitstralen. Veel van deze oude verblijven zijn niet meer geschikt voor het houden van dieren zoals dat tegenwoordig gebeurt. Ze zijn daarom verbouwd of in gebruik genomen voor dieren voor wie ze beter geschikt zijn. De laatste jaren is er veel vernieuwd. Sommige dieren verhuisden naar andere dierentuinen, voor andere kwamen er grotere verblijven, zoals het nijlpaardenverblijf Hippotopia. Het mooie van de dierentuin blijft de zichtbaarheid van de dieren. Doordat het een stadsdierentuin met weinig ruimte is, zijn de dieren ook voor kleine kinderen goed te zien. Verder kun je meerdere keren per dag kijken als de verzorgers dieren voeren, en is er een planetarium. De Zoo is een prachtige stadsdierentuin in hartje Antwerpen.

Historium

Historium Brugge

Het Historium aan de Markt in Brugge is een historiumvan de leukste manieren om het middeleeuwse Brugge te leren kennen. Op zeer creatieve en originele wijze krijg je in een korte tijd enorm veel kennis over de bloeitijd van Brugge. Echter in plaats van traditionele opstellingen zoals we die kennen in musea heeft deze attractie gekozen voor een multimediaspektakel dat iedere geschiedenisles doet verbleken. Met koptelefoon volg je het spoor van Jacob. Deze Jacob is leerling bij de grote schilder Jan van Eyck en moet voor diens schilderij een model en een parkiet ophalen aan de haven. Uiteraard mislukt dit jammerlijk waarna je wordt meegenomen door de stad op jacht naar het model en parkiet. Je loopt tijdens het verhaal van ruimte naar ruimte, die allemaal prachtig in middeleeuwse stijl zijn aangekleed. Bij de start is er een korte uitleg over de geschiedenis van Brugge waarna men kennis maakt met de hoofdpersoon. Hierna kom je terecht in de haven van Brugge. Je leert over het heffen van tol en ziet het laden en lossen van de havenwerkers. De grachten worden mooi in beeld gebracht. Hierna neemt het Historium je mee naar het schildersatelier van Van Eyck. De kanunnik ligt in de hoek te slapen onder zijn bontmantel terwijl de grote meester de laatste hand legt aan het schilderij van de Madonna. De onhandige leerjongens maken er een potje van. Nog steeds op zoek naar het model en de parkiet betreedt Jacob een badhuis waar al snel duidelijk wordt dat de functie van dit huis meer betreft dan alleen maar het reinigen van het lichaam. In de poorterswoning verkrijgt Jacob een nieuwe paternoster en dan komt natuurlijk alles goed. Na een spectaculaire vlucht door de nacht van de parkiet waarbij je in vogelvlucht het oude Brugge ziet kom je weer buiten. Het verhaal wordt mooi verteld met geur, beeld en geluid en zo krijg je stiekem een hele hoop informatie over het Middeleeuwse Brugge. De decors zijn werkelijk prachtig en het verhaal wordt boeiend en duidelijk verteld. Na afloop kun je nog wat drinken in het café van het Historium, met uitzicht op de Markt.