Hans Christian Andersen

Hans Christian Andersen

Eenzaam zit ze op een rots in de haven van Kopenhagen, wachtend op haar prins die nooit zal komen. De Kleine Zeemeermin is misschien wel het bekendste beeld van Kopenhagen, en de bedenker van het verhaal is een van de bekendste Denen ter wereld: Hans Christian Andersen.

Deze beroemde sprookjesschrijver werd in 1805 in Odense geboren. Zijn leven leest een beetje als zijn eigen sprookje Het lelijke eendje. Hans Christian Andersen was de zoon van een arme schoenmaker. Er was weinig geld in het gezin, en hij ging naar een school voor arme kinderen. Hij was een stil en teruggetrokken kind. Dankzij beschermheren die zijn talent zagen, kreeg hij later de kans om naar een goede school te gaan. Daar werd hij vanwege zijn afkomst en leeftijd gepest. Zijn opleiding zorgde er wel voor dat hij leerde schrijven, en de arme jongen, het lelijke eendje, groeide uit tot een zwaan: een succesvolle schrijver. Door zijn populaire sprookjes werd Andersen een graag geziene gast in de hogere kringen van Denemarken en aan het Deense hof.

In 1835 verscheen zijn eerste sprookjesbundel, met onder meer De prinses op de erwt en De aansteker. In de jaren daarna volgden bekende sprookjes als De kleine zeemeermin, De nieuwe kleren van de keizer, Het meisje met de zwavelstokjes en De rode schoentjes. Zijn sprookjes hebben vaak een diepere betekenis en een flinke dosis humor, wat ze geliefd maakt bij jong en oud. Naast sprookjes schreef Andersen ook romans, reisverhalen, gedichten en toneelstukken. Hij bleef zijn hele leven een productief schrijver. In 1875 overleed hij in Kopenhagen.

Slavenhandel op Curaçao

Curaçao, middelpunt van de Nederlandse slavenhandel

Het eiland Curaçao speelde onder Nederlands bewind een belangrijke rol in een van de grootste misdaden tegen de menselijkheid: de trans-Atlantische slavenhandel. Na de komst van de Europeanen in Amerika ontstond er vanaf de zestiende eeuw een enorme vraag naar arbeidskrachten voor de plantages en mijnen. De oorspronkelijke bevolking was door geweld en ziekten sterk afgenomen, en uit Europa kwamen te weinig arbeiders. De Europeanen zochten de oplossing in Afrika, waar ze mensen kochten en tot slaaf maakten.

In de eeuwen daarna werden ruim twaalf miljoen Afrikanen over de Atlantische Oceaan verscheept. Velen stierven al voor vertrek, tijdens de tocht naar de kust of in de slavenforten. Daar werden de gevangenen vaak gebrandmerkt en vervolgens verscheept. De overtocht was verschrikkelijk. De mensen lagen zij aan zij opeengepakt in de scheepsruimen, met nauwelijks ruimte om te bewegen en net genoeg voedsel om in leven te blijven. Zo’n vijftien procent overleefde de reis niet.

Curaçao was een van de grootste slavenmarkten in het Caribisch gebied. De West-Indische Compagnie hield hier haar slavenmarkt. Tienduizenden mensen werden van hieruit doorverkocht, vooral aan de Spaanse koloniën in Midden- en Zuid-Amerika. Daar moesten ze onder zware omstandigheden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werken. Wie protesteerde, werd zwaar gestraft.

Doordat Curaçao vooral een doorvoerhaven was, waren de omstandigheden op het eiland zelf wat anders dan elders. Er waren weinig echt grote plantages, en de meeste eigenaren hadden maar enkele tot slaaf gemaakten in dienst. Het aantal vrijlatingen lag op Curaçao hoger dan in veel andere delen van het Caribisch gebied. Er zijn gevallen bekend waarin tot slaaf gemaakten met een eigen stukje grond geld konden verdienen om zichzelf vrij te kopen, of na de dood van hun eigenaar werden vrijgelaten.

Toch waren de omstandigheden ook op Curaçao vaak wreed. Niet voor niets brak er op 17 augustus 1795 een grote opstand uit onder leiding van Tula, die op meerdere plantages bijval kreeg. Ongeveer een maand lang hielden de opstandelingen stand. Nadat ze waren verraden, werden de leiders gevangengenomen en in het openbaar gemarteld en terechtgesteld. Tula wordt op Curaçao nog altijd herdacht als vrijheidsstrijder.

Cubaanse sigaren

De Cubaanse sigaar

Een van de bekendste exportproducten van Cuba zijn de handgerolde Cubaanse sigaren. Volgens kenners komen de beste tabaksbladeren uit Cuba. Ze worden verwerkt in sigarenfabrieken waar de sigaren nog volledig met de hand worden gerold. Op veel plantages wordt het land nog met ossen bewerkt in plaats van met tractoren. De beste tabak van Cuba komt uit de streek Vuelta Abajo in de provincie Pinar del Río.

Cubaanse sigaren hebben over het algemeen een vollere smaak dan sigaren uit andere landen. Montecristo behoort tot de bekendste en meest verkochte handgemaakte sigaren uit Cuba. Andere bekende Cubaanse merken zijn Cohiba, Partagás, H. Upmann en Romeo y Julieta. Dat laatste merk was favoriet bij Winston Churchill, en een bekend sigarenformaat is zelfs naar hem vernoemd.

Door het handelsembargo van de Verenigde Staten zijn Cubaanse sigaren daar verboden, tot ongenoegen van veel Amerikaanse sigarenliefhebbers. Na de revolutie vertrokken verschillende sigarenfamilies uit Cuba. Zij maken sindsdien in landen als de Dominicaanse Republiek en Honduras sigaren onder dezelfde merknamen, die wel in de Verenigde Staten verkocht mogen worden.

Brokopondomeer

Het Brokopondomeer

Wie vanaf de kust langs de Surinamerivier het binnenland in trekt, stuit op het Brokopondostuwmeer. Dit enorme meer ligt in het gelijknamige district en is ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Midden in het tropisch regenwoud geeft het meer een wat lugubere aanblik, want boven het water steken nog steeds de toppen van dode bomen uit. Het Brokopondomeer, ook wel Professor Dr. Ir. W.J. van Blommesteinmeer genoemd, ontstond door de bouw van de Afobakadam in de Surinamerivier, die in 1964 klaar was. Het meer moest stroom leveren voor de winning en verwerking van bauxiet. Het Amerikaanse bedrijf Alcoa had hiervoor een contract gesloten met de Surinaamse regering. Dat er in het gebied zo’n vijfduizend marrons woonden, was voor de plannenmakers van ondergeschikt belang. Suriname moest mee in de industriële vooruitgang. Toen het meer volliep, moesten de bewoners van ongeveer dertig dorpen verhuizen naar zogenaamde transmigratiedorpen, hoger gelegen langs de weg naar Paramaribo. Terwijl zij hun intrek namen in kleine huizen met golfplaten daken, verdween hun land langzaam onder water. Zo kwamen deze vaak geïsoleerde gemeenschappen ineens hardhandig in aanraking met de moderne samenleving. Niet alleen de mensen moesten verhuizen. Bij de reddingsoperatie Gwamba werden duizenden dieren gevangen en elders weer vrijgelaten. Omdat het bos niet eerst werd gekapt, staan er op de bodem van het meer nog steeds bomen. Sommige steken met hun toppen boven het water uit en geven het meer een bijzonder aanzien.

The Green Line

The Green Line

Dacht men in Europa na de val van de Berlijnse Muur in 1989 dat scheidslijnen definitief verleden tijd waren? Op Cyprus leven de inwoners nog dagelijks met een zichtbare scheiding midden over hun eiland. Cyprus is sinds 1974 verdeeld in een Grieks-Cypriotisch en een Turks-Cypriotisch deel.

Cyprus is al eeuwenlang een belangrijk eiland in de Middellandse Zee. Door de centrale ligging tussen Europa, Azië en Afrika kwamen er veel volkeren om handel te drijven. Van vrijwel alle grote beschavingen uit de oudheid zijn sporen gevonden op het eiland. Mede daardoor werd Cyprus ook vaak veroverd: door onder meer de Romeinen, de Byzantijnen, de kruisvaarders en de Venetianen. Van 1571 tot 1878 was het eiland in handen van het Ottomaanse Rijk. Daarna namen de Britten het bestuur over, en in 1925 werd Cyprus officieel een Britse kroonkolonie. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een beweging die aansluiting bij Griekenland wilde. Er ontstonden grote onrust en strijd, en in 1960 werd Cyprus onafhankelijk. Bij de onafhankelijkheid werd een constructie bedacht waarbij Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten allebei een sterke stem kregen in het bestuur. In de praktijk liep het land daardoor vast, omdat beide partijen elkaars besluiten konden blokkeren. In december 1963 brak er zwaar geweld uit. Britse troepen kwamen tussen de strijdende partijen in Nicosia te staan om de vrede te bewaren. Dat was het begin van de Green Line. De Britse generaal-majoor Peter Young trok met een groene pen een lijn over de kaart van de stad, en zo kreeg de scheidslijn haar naam. Na de Turkse invasie van 1974 werd de bufferzone onder toezicht van de Verenigde Naties over het hele eiland doorgetrokken. Sinds 2003 zijn er grensovergangen open, zodat inwoners en toeristen van de ene naar de andere kant kunnen. De scheiding blijft echter een feit. Een met prikkeldraad afgezette bufferzone trekt nog altijd een litteken over het eiland.

Orde van Malta

Een unieke ridderorde die nog steeds bestaat

De Orde van Malta, voluit de Soevereine Militaire Hospitaalorde van Sint-Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta, is een van de oudste nog bestaande ridderordes ter wereld. De orde ontstond meer dan negenhonderd jaar geleden in Jeruzalem, waar ze zorg en onderdak bood aan pelgrims en zieken. Al snel bleek dat alleen verzorging niet genoeg was, en kreeg de orde ook een militaire taak. Na de val van de kruisvaardersstaten trok de orde zich terug, eerst naar Cyprus en daarna naar Rhodos. Toen ook Rhodos in 1522 verloren ging, kreeg de orde in 1530 Malta in leen. Daar bleef ze tot Napoleon het eiland in 1798 innam. Sinds 1834 heeft de orde haar hoofdzetel in Rome. Op Malta gebruikt de orde nog wel een deel van het Fort Sint-Angelo in Birgu.

Binnen de orde bestaan verschillende rangen. De hoogste rang is voorbehouden aan ridders die religieuze geloften hebben afgelegd, waaronder die van kuisheid. In de andere rangen zijn zowel mannen als vrouwen actief. Vroeger was een adellijke afkomst een voorwaarde, maar tegenwoordig zijn er ook rangen voor niet-adellijke leden. De belangrijkste taak van de orde is de zorg voor zieken en gewonden. Over de hele wereld beheert ze ziekenhuizen, ambulancediensten en zorginstellingen, en ze is actief bij humanitaire hulp.

Bijzonder is dat de orde internationaal wordt erkend als soevereine entiteit, hoewel ze geen eigen grondgebied heeft. Ze onderhoudt diplomatieke betrekkingen met ruim honderd landen en heeft een waarnemersstatus bij de Verenigde Naties. Wat dat betreft is ze het best te vergelijken met de Heilige Stoel. De postzegels die de orde uitgeeft, zijn een gewild verzamelobject.

Luxemburg accijnsparadijs

Luxemburg is een belangrijke tussenstop op de route naar het zuiden. Veel vakantiegangers rijden via Luxemburg naar landen als Frankrijk, Spanje en Portugal. Omdat Luxemburg al jarenlang lagere accijnzen heft dan Nederland, zijn brandstof, sigaretten en shag er goedkoper. Voor veel Nederlandse reizigers staat Luxemburg dan ook gelijk aan een tankstop, waarbij vaak ook rookwaren worden gekocht. Let wel op de regels voor het meenemen van tabak naar Nederland. Tijdens vakantieperioden kunnen de wachttijden bij de pomp flink oplopen; een halfuur vanaf het moment van aankomst tot het afrekenen is dan geen uitzondering. Wie nog iets goedkoper uit wil zijn, tankt niet aan de snelweg maar rijdt even een plaats in. Daar is de brandstof vaak een paar cent per liter goedkoper.