De Galápagoseilanden bezoeken

De Galápagoseilanden liggen in de Grote Oceaan, Reuzenschildpad in het gras bij een rotsachtige kust met golvenzo’n duizend kilometer voor de kust van Ecuador, precies op de evenaar. De archipel bestaat uit dertien grote en een paar honderd kleinere eilanden en rotsen, allemaal van vulkanische oorsprong. Op vier eilanden wonen mensen, samen zo’n dertigduizend, en de rest is onbewoond. Bijna het hele landoppervlak is sinds 1959 nationaal park, en de zee eromheen is een van de grootste zeereservaten ter wereld. De Spaanse bisschop Tomás de Berlanga dreef er in 1535 bij toeval naartoe en beschreef als eerste de enorme schildpadden, de galápagos, waaraan de eilanden hun naam danken. Bekend werden ze pas echt door Charles Darwin, die in 1835 vijf weken met het schip de Beagle tussen de eilanden voer.

Dieren zonder angst

Wat de Galápagos bijzonder maakt, is dat de dieren nauwelijks schrikken van mensen. Zeeleeuwen liggen op de bankjes in de havens, zeeleguanen zonnen op de lavarotsen en blauwvoetgenten broeden vlak naast het wandelpad. Op het eiland Santa Cruz zie je in de hooglanden reuzenschildpadden in het wild grazen, en in het onderzoeksstation Charles Darwin in Puerto Ayora worden jonge schildpadden grootgebracht. Op Isabela leeft de galápagospinguïn, de enige pinguïnsoort die tot ten noorden van de evenaar voorkomt. Op Española broedt van april tot en met december de galápagosalbatros. Onder water zwem je met zeeschildpadden, roggen en ongevaarlijke haaien, bijvoorbeeld rond de rots León Dormido bij San Cristóbal.

Cruise of eilandhoppen

Er zijn twee manieren om de eilanden te bezoeken. Met een cruise van vier tot acht dagen slaap je aan boord en vaar je ’s nachts naar het volgende eiland, zodat je ook de afgelegen eilanden zoals Genovesa, Fernandina en Española bereikt. Goedkoper en flexibeler is eilandhoppen: je verblijft in een hotel op Santa Cruz, San Cristóbal of Isabela, reist met een snelle boot tussen die eilanden en maakt dagtochten naar onbewoonde eilanden als Bartolomé, North Seymour en South Plaza. Die bootreizen duren ongeveer twee uur en kunnen ruw zijn. Op veel plekken kun je zonder gids naar het strand, zoals bij Tortuga Bay op Santa Cruz, maar de meeste bezoekplaatsen in het park mag je alleen met een erkende natuurgids betreden. Houd minstens twee meter afstand tot de dieren en raak niets aan.

Praktisch

Je vliegt vanuit Quito of Guayaquil naar het vliegveld op Baltra, vlak bij Santa Cruz, of naar San Cristóbal; vanuit Guayaquil duurt dat bijna twee uur. Voor vertrek vul je online een transitkaart in, die je op het vliegveld op het vasteland ophaalt en contant betaalt. Bij aankomst betaal je, ook contant, de toegang tot het nationaal park, die sinds 2024 voor buitenlandse volwassenen 200 dollar bedraagt; controleer de actuele bedragen voor je vertrekt. Neem dus voldoende contant geld mee, want op de eilanden zijn weinig geldautomaten. De eilanden zijn het hele jaar te bezoeken. Van december tot en met mei is het warm en is het zeewater het aangenaamst om in te snorkelen, en van juni tot en met november is het koeler en bewolkter, maar is de zee rijk aan voedsel en zijn er veel zeevogels en zeeleeuwen te zien.