De Victoriawatervallen bezoeken

De Victoriawatervallen Brede waterval die in een diepe kloof stort, met groen struikgewas op de voorgrondliggen in de Zambezi, op de grens van Zimbabwe en Zambia. Over een breedte van 1.708 meter stort de rivier tot 108 meter diep in een smalle kloof, wat de waterval tot de grootste aaneengesloten wand van vallend water ter wereld maakt. De Lozi noemen hem Mosi-oa-Tunya, de rook die dondert: in het natte seizoen stijgt de nevel honderden meters op en is hij van tientallen kilometers ver te zien. De Schotse ontdekkingsreiziger David Livingstone was op 16 november 1855 de eerste Europeaan die de waterval zag, en hij noemde hem naar koningin Victoria. Sinds 1989 staat de waterval op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Zimbabwe of Zambia

De meeste bezoekers bekijken de waterval vanaf de kant van Zimbabwe, vanuit het stadje Victoria Falls. Een wandelpad door het regenwoud tegenover de kloof voert langs een reeks uitkijkpunten, met zicht op de Devil’s Cataract, de Main Falls en de Rainbow Falls. De entree voor buitenlandse bezoekers is sinds februari 2026 58 Amerikaanse dollar. Aan de kant van Zambia, bij Livingstone, sta je dichter bij de Eastern Cataract en loop je over een smalle brug door de nevel. Daar ligt ook Livingstone Island, met Devil’s Pool, een natuurlijk bad aan de rand van de val dat meestal van half augustus tot eind december met een gids te bezoeken is. Tussen beide landen loopt de Victoria Falls Bridge uit 1905, waar je ook een bungeesprong van 111 meter kunt maken.

Hoogwater en laagwater

Hoeveel water er over de rand stroomt, verschilt sterk per seizoen. Van februari tot en met mei, met de piek in april, is de waterval op zijn breedst en de nevel zo dicht dat je soms weinig ziet en drijfnat wordt. Van september tot en met december staat aan de Zambiaanse kant een groot deel van de rotswand droog, terwijl de Main Falls in Zimbabwe het hele jaar water hebben. Juni, juli en augustus zijn een goede middenweg, met nog veel water, minder nevel en aangename temperaturen.

Visum en verder reizen

Het vliegveld van Victoria Falls ligt ongeveer 22 kilometer van het stadje. Wie Zimbabwe en Zambia allebei wil zien, kan voor toeristen uit een veertigtal landen het KAZA-univisum kopen: voor 50 Amerikaanse dollar mag je 30 dagen tussen beide landen heen en weer reizen en dagtochten naar Botswana maken. Het visum is te koop bij aankomst op de vliegvelden van Victoria Falls, Livingstone, Lusaka en Harare en bij de grensposten, maar niet online, en het is niet altijd voorradig. Controleer dus voor vertrek wat voor jouw nationaliteit geldt. Het Chobe Nationaal Park in Botswana ligt op ongeveer 80 kilometer, zodat je de waterval goed kunt combineren met een safari vanuit Kasane.

Keer terug naar de pagina over Zimbabwe