Het Titicacameer en de Uros-eilanden

Het Titicacameer Vrouwen in felgekleurde rokken en strohoeden op een eiland van riet, met rieten hutten en een rieten bootligt op 3.812 meter hoogte op de hoogvlakte van de Andes, op de grens van Peru en Bolivia. Met een oppervlakte van ruim 8.300 vierkante kilometer is het het grootste zoetwatermeer van Zuid-Amerika en een van de hoogst gelegen bevaarbare meren ter wereld. Voor de Inca’s was het een heilige plek: volgens hun overlevering kwamen de zon en de eerste Inca hier uit het water. Aan de Peruaanse oever ligt de stad Puno, het vertrekpunt voor boottochten naar de eilanden.

De drijvende eilanden van de Uros

Op zo’n vijf kilometer van de haven van Puno liggen de Uros-eilanden, enkele tientallen kunstmatige eilanden van gestapeld totorariet. De bewoners leggen er elke paar maanden een nieuwe laag riet op, omdat de onderste lagen in het water wegrotten; een eiland gaat zo ongeveer dertig jaar mee. Ook hun huizen en de bekende boten met een drakenkop maken ze van hetzelfde riet. De eilanden die de rondvaartboten aandoen, zijn sterk op toerisme ingericht: je krijgt uitleg over de bouw, kunt een tochtje maken in een rieten boot en handwerk kopen. Het bezoek duurt meestal een paar uur.

Taquile en Amantaní

Verder het meer op liggen de bewoonde eilanden Taquile en Amantaní, waar geen auto’s rijden. Op Taquile, 45 kilometer van Puno, is de textielkunst beroemd: mannen en vrouwen breien en weven er mutsen, gordels en kleding volgens eeuwenoude patronen, die als immaterieel erfgoed op de lijst van de Unesco staan. Op Amantaní overnacht je bij een gastgezin, met eenvoudige maaltijden en vaak een avond met muziek en dans. Vanaf de twee toppen van het eiland, Pachatata en Pachamama, kijk je bij zonsondergang over het meer. Veel touroperators in Puno bieden een tocht van twee dagen aan langs de Uros, Amantaní en Taquile.

De Boliviaanse kant en praktisch

Aan de Boliviaanse kant ligt het stadje Copacabana, vanwaar boten in ongeveer anderhalf uur naar het Isla del Sol varen, met Inca-ruïnes, terrassen en wandelpaden. Van Puno naar Copacabana rijd je in ruim drie uur via de grensovergang bij Kasani. Puno zelf heeft geen vliegveld: je landt in Juliaca, ruim 40 kilometer verderop, of je neemt vanuit Cusco de bus, die zes tot acht uur onderweg is. Omdat het meer zo hoog ligt, is het overdag zonnig maar ’s nachts koud, en het is verstandig eerst een paar dagen aan de hoogte te wennen. In februari is Puno het toneel van de Fiesta de la Candelaria, met duizenden dansers in kleurrijke kostuums.

Keer terug naar de pagina over Peru